Overslaan naar inhoud

Loeping

Executieve functies

Leren plannen, volhouden en meebewegen — met een dagje pretpark als verhaal.

Sommige kinderen weten precies hoe ze iets aanpakken. Andere kinderen willen het net zo graag, maar lopen vast bij beginnen, overzicht houden of doorzetten. Loeping brengt in kaart hoe dat bij een kind gaat — in taal die het zelf begrijpt.

Bekijk de test Neem contact op

Kinderen in een achtbaan

Wat zijn executieve functies?

Executieve functies zijn de vaardigheden waarmee je je eigen doen en laten stuurt. Plannen, beginnen, je spullen op orde houden, erbij blijven als het saai wordt, rustig blijven als het tegenzit, en doorgaan tot je klaar bent.

Ze zijn niet aangeboren en ook niet af: ze groeien tot ver in de twintig. Dat betekent dat je eraan kunt werken — maar dan moet je eerst weten waar het nu goed gaat en waar een kind nog hulp bij nodig heeft.

Loeping gebruikt daarvoor één herkenbaar verhaal: een dagje pretpark. Van het plannen van de dag tot het terugkijken op de rit naar huis komen alle elf functies langs, in situaties die een kind zo voor zich ziet.

Een idee

De elf functies

Samen vormen ze het profiel van een kind. Elke functie krijgt een eigen score van 0 tot 12.

Planning

Een plan maken en weten in welke volgorde de stappen komen.

Organisatie

Je spullen en je werk op orde houden, zodat je alles terugvindt.

Timemanagement

Inschatten hoeveel tijd iets kost en op tijd klaar zijn.

Werkgeheugen

Onthouden wat je aan het doen bent en wat er is afgesproken.

Taakinitiatie

Beginnen, ook als iets nog spannend of onbekend is.

Aandacht

Erbij blijven, ook als het lang duurt of saai wordt.

Flexibiliteit

Meebewegen als het anders loopt dan je had bedacht.

Emotieregulatie

Rustig blijven als het tegenzit of als er ruzie is.

Inhibitie

Eerst denken, dan doen — ook als iets heel verleidelijk is.

Doelgericht doorzettingsvermogen

Volhouden tot je je doel gehaald hebt, ook als het tegenvalt.

Metacognitie

Terugkijken op hoe het ging en het de volgende keer anders doen.

Een dagje pretpark

Elf onderdelen, vierenveertig vragen. Het kind loopt een dag in het pretpark door en kiest steeds wat het beste bij hem of haar past. Er zijn geen goede of foute antwoorden — het gaat om hoe het echt gaat.

1

De leerkracht maakt codes

Je geeft een groep op en hoeveel kinderen er meedoen. Je krijgt een lijst met codes om uit te printen, met ruimte om de namen bij te schrijven.

2

Het kind doet de test

Met de eigen code, op elk apparaat. Tussendoor stoppen mag: met dezelfde code ga je verder waar je gebleven was. Een code werkt maar één keer.

3

De uitslag komt binnen

Per kind een profielwiel met de elf scores, en voor de hele groep een gemiddelde. Allemaal als pdf om te printen of te bespreken.

Voor wie is Loeping?

Voor kinderen

Een test die aanvoelt als een spel, in taal die aansluit bij hun eigen dag. Geen cijfers en geen fouten — wel inzicht in wat al goed lukt.

Voor leerkrachten en scholen

In één keer een hele groep in beeld, met een gemiddelde waarmee je ziet waar de klas als geheel iets kan gebruiken.

Voor ouders

Een profiel dat uitlegt waarom iets thuis moeizaam gaat, en waar je samen met je kind aan kunt werken.

Er staan geen namen van kinderen in het systeem. Elke leerling werkt met een code; alleen op het geprinte vel van de leerkracht staat welke code bij wie hoort.

Benieuwd wat Loeping voor jouw groep kan betekenen?

Stuur een bericht — dan kijken we samen wat past.

Neem contact op